Dinsdagavond opende het festival met The Last Elvis, een film over Elvis Presley imitator Carlos die worstelt met de dagelijkse realiteit. De drukbezette regisseur Armando Bo kon helaas niet bij de opening aanwezig zijn, maar vond wel tijd ons via Skype te woord te staan.

Armando Bo heeft veel te horen gekregen dat The Last Elvis geen typisch Latijns-Amerikaanse film is, maar eerder Amerikaans of Europees aandoet. “Veel festivals verwachten iets bij LatijnsAmerikaanse cinema: films over armoede en sociale problemen. Maar er spelen ook andere dingen in onze gemeenschap. Dat wil ik met mijn film laten zien. Deze problematiek, over identiteit en het kopiëren van anderen, is uit het leven gegrepen. Ook dat is een sociaal probleem.”

Het thema identiteit komt niet alleen in de film zelf naar voren, maar ook in de casting van de acteurs. John McInerny, die de rol van Carlos op zich neemt, is van origine geen acteur maar Elvisimitator. “Maar hij speelt niet zichzelf”, benadrukt Bo. De voorbereidingen waren dan ook niet gering. “We hebben vijf maanden gerepeteerd. John viel veertig kilo af en trainde veel. Uiteindelijk zat hij echt in het karakter en vertrouwde ik vooral op zijn talent.” Ook de jonge actrice Margarita Lopez, die de rol van Carlos’ dochter Lisa Marie (!) speelt, is een debutant. Bo: “Tijdens de casting was ik niet meteen overtuigd, maar ik las dat zij de dochter was van een muzikant. Dat vond ik interessant: zij weet hoe het is om een vader te hebben die veel weg is, op tournee. Ze wist veel van het personage.”

Ook Bo heeft als regisseur verschillende identiteiten. Hij is naast regisseur ook maker van commercials. “Daarmee verdien ik mijn geld, want dat is nou eenmaal moeilijk als onafhankelijke filmmaker. Een speelfilm gaat een stuk dieper. De karakterontwikkelingen en achtergrondverhalen die je daarin kan vertellen, dat kan bij een commercial absoluut niet. De reclamefilms zie ik vooral als training.”

Naast het maken van commercials is Bo ook actief als scenarioschrijver. Zo was hij betrokken bij het script van Alejandro González Iñárritu’s Biutiful en diens nieuwe film Birdman. Bo: “Ik ben heel erg trots dat ik onderdeel ben van zijn team. We wisselen ideeën uit en ontwikkelen zo, samen met Nicolás Giacobone, het scenario. We zijn goede vrienden geworden.” En goede collega’s, zo blijkt ook uit het feit dat Iñárritu The Last Elvis produceerde. “Hij is er zomaar ingestapt, zonder dat hij zeker zou weten dat het goed zou komen. Hij sprong als het ware in een leeg zwembad.”

Bo betreurt het dat hij nu niet bij de Nederlandse première van zijn film kan zijn. “Ik heb echt respect voor het LAFF”, vertelt Bo. “Het is een eer om de openingsfilm te zijn; het betekent dat het festival mij in de spotlights zet.”


Dit interview is gemaakt voor het Latin American Film Festival en verscheen op de website van het festival.