Sinds vorige maand kun je met je Cinevillepas ook terecht bij drie Utrechtse filmtheaters. Susan Warmenhoven stelt je voor aan het knusse Springhaver.

Een claustrofoob moet misschien even slikken als hij het Springhaver Theater binnenkomt: een klein halletje – waar het op drukke avonden vol staat met mensen die een kaartje willen kopen – en een lange smalle gang die naar de zalen leidt. Maar, beste claustrofoob, zo erg is het niet. Want waar is nog zo’n knusse entree te vinden? En als zo’n smalle gang de weg is naar een gezellige bioscoopfoyer is er toch helemaal niets aan de hand?

Op de vrijdagavond dat ik het Springhaver bezoek, heeft niemand er moeite mee. De bezoekers stromen een voor een binnen, bestellen een drankje aan de nostalgisch aandoende bar en wachten al kletsend tot ze de zaal in kunnen.

Programmering
Jos Stelling, regisseur en eigenaar van het Louis Hartlooper Complex, mag zich eigenaar van dit sfeervolle filmtheater noemen. Het Springhaver opende in 1978 haar deuren en was een succes, ook wegens de dringende behoefte aan een arthouse bioscoop in Utrecht. Vijf jaar later werd het filmtheater uitgebreid met het café.

Het Springhaver heeft een grote zaal met 110 stoelen en een kleinere zaal, waar 49 mensen in passen. Het is wat een filmtheater moet zijn: knus, rode stoelen en een portret van Marlene Dietrich aan de muur. Maar wat is er te zien op het witte doek? Vanavond biedt het programma films die al een tijdje draaien, maar waar toch nog behoorlijk wat mensen op af komen: Borgman, Blue Jasmineen Gravity. De enige nieuwe film die we in het programma kunnen vinden is Diana. Ook leuk: Night train to Lisbon gaat hier zijn 30ste (!) week in. Het Springhaver is een ware uitkomst voor mensen die niet meteen een sprintje trekken naar de bioscoop als een film net draait.

Toine Nieuwenhuis, operateur bij het Springhaver, legt uit dat dit zowel ligt aan de zaalcapaciteit als aan het publiek. Films gaan vaak in het Louis Hartlooper Complex in première, om vervolgens in Springhaver uit te draaien. ‘Maar Springhaver heeft daarnaast ook een heel eigen publiek waardoor films bij ons vaak nog een tweede leven krijgen en het dan nog lange tijd goed blijven doen,’ aldus Nieuwenhuis. Een goed voorbeeld daarvan is Intouchables, die in het Springhaver een jaar lang heeft gedraaid.

Café
Het eerder genoemde café is afgeladen, want in het Springhaver kunnen bezoekers naast film kijken en borrelen ook een hapje eten. Volgens Nieuwenhuis is de troef van het Springhaver dat bios en café zowel los van elkaar functioneren als elkaar aanvullen: ‘Voor veel bezoekers is het café een tweede huiskamer, zonder dat ze ook maar ooit een voet in de bioscoopzaal hebben gezet, terwijl het voor anderen een avondje uit biedt, waarbij ze eerst lekker wat eten in de foyer, naar de film gaan, en vervolgens onder het genot van een drankje in het café de film in alle rust kunnen bespreken.’ Dineren in het filmtheater is populair zo te zien: er is zowel in de bioscoopfoyer als in het café geen plekje meer vrij. De gasten nuttigen hun diner onder toeziend oog van de Bergmans en de Kubricks van deze wereld; de muur hangt vol met portretten van de meesters.

De kunst gaat, onbedoeld, zelfs door op het damestoilet. De met stift geschreven boodschap ‘Hopelijk komen we elkaar tegen in het puin en zullen we samen lachen’ siert de toiletdeur. Geruststellende woorden, zeker als je – zoals ik – net Gravity hebt gezien.


Dit artikel is geschreven voor Cineville.